Dat klopt. Maar omdat er elke 35 tot 45 seconden weer een nieuwe gondel vertrekt is de capaciteit wel veel hoger dan bij het huidige fiets-voetveer.
In onze studie rekenen we met cabines voor 25–30 personen, met 4–6 fietsplaatsen per cabine, interval 35–45 s.
→ ~90 cabines/uur × 5 fietsen ≈ ~450 fietsen/uur per richting. Dat is een stuk hoger dan de ferry (die neemt 50–60 fietsen per afvaart mee).
Het is waarschijnlijk duurder dan nieuwe boten. Doordat echter de capaciteit groter wordt, de oversteek tweemaal zo snel gaat, en er geen wachttijden meer zijn zullen veel meer mensen kiezen voor deze bijzondere vorm van openbaar vervoer. Een verviervoudiging van het aantal oversteken ten opzichte van de ferry is waarschijnlijk nog voorzichtig gerekend. En de investering doe je voor 40 jaar terwijl boten maximaal 25 jaar meegaan.
Met veel meer oversteken wordt de prijs per oversteek ook een stuk lager.
Daarnaast zijn er ook nog legio subsidiemogelijkheiden voor innovatieve projecten als deze vanuit Brussel.
In de EU vallen kabelbanen onder de Verordening (EU) 2016/424 (kabelinstallaties voor personen) met geharmoniseerde EN-veiligheidsnormen. In NL houdt ILT toezicht.
Omdat je boven een rijksvaarweg oversteekt, komen Rijkswaterstaat / Kustwacht / JNA (Joint Nautical Authority) in beeld voor de nautische veiligheid en extra procedures.
Voorbeeld van veiligheidsplan voor kabelbaan over de Westerschelde
Operationele drempels: definieer wind/weer-limieten (gemiddelde + vlagen) en onweer; automatische leegrij-modus.
Dubbele voeding + noodaandrijving: vermogen om de volledige lijn te legen binnen ≤90 min bij 0,3–0,5 m/s.
Min. 2 evacuatiesectoren aan beide oevers (ondiep, luw), met stand-by RIB binnen ≤10 min op locatie; vooraf ingestelde VTS-procedures voor tijdelijk afsluiten.
Pylon-overstaplussen: werkplatforms/kooiliften met veilige route naar wal.
Oefenprogramma: 2× per jaar multidisciplinair (exploitant, brandweer, RWS, Kustwacht, pilots).
Passagierscommunicatie: tweetalig omroep/berichten, realtime status in cabine, noodknop met tweezijdige spraak.
Het is technisch gezien onwaarschijnlijk én economisch onpraktisch dat er in de nabije toekomst schepen gebouwd worden met een air draft van 100 meter. De limiet ligt realistisch rond de 70 meter, en een veilige vrije hoogte van 75 meter is voor een kabelbaan ruim toereikend — ook met oog op toekomstige schepen.
1. Air draft is gekoppeld aan stabiliteit en diepgang
Een schip dat tot 100 meter boven de waterlijn komt, heeft ook een veel diepere diepgang (draft) nodig om stabiel te blijven. De verhouding hoogte : diepgang is een belangrijke factor in de stabiliteit van het schip.
Grote containerschepen van nu (24.000 TEU) hebben:
Air draft: ca. 66–68 m
Diepgang (geladen): ca. 16–17 m
Als je de air draft verhoogt naar 100 meter, dan zou je voor stabiliteit minstens 25–30 meter diepgang nodig hebben, wat uitzonderlijk is.
2. Diepgang is beperkt door vaarwegen
De Westerschelde en de toegangsgeulen naar grote havens zoals Rotterdam, Antwerpen en Hamburg zijn uitgebaggerd tot maximaal ~17–20 meter.
30 meter diepgang is alleen denkbaar in zeer diepe natuurlijke havens (zoals Rio de Janeiro, of sommige Noorse fjorden), maar komt nergens in Europa voor.
Zulke schepen zouden maar in een handjevol havens ter wereld kunnen aanleggen, wat economisch onpraktisch is.
3. Fysieke en infrastructurele beperkingen
Bruggen (zoals de Verrazzano-Narrows, Golden Gate, Beijings grote rivierbruggen) hebben een vrije hoogte van 65–70 meter — hogere schepen zouden nergens onderdoor kunnen.
Havenkranen moeten boven de lading uitsteken — een schip van 100 m hoog vereist kraankabines op 120+ meter hoogte.
4. Alternatieven voor volume
In plaats van “hoger bouwen”, gaan scheepsontwerpers liever:
Breder (zoals de “Megamax”-schepen van 400+ meter lang en 61+ meter breed)
Of naar modulaire / gestapelde systemen binnen de huidige hoogtebeperkingen
Schrijf hier het antwoord op die vraag.